> bezinning

Bezinning

 
 

OVERDENKING


De maand november is elk jaar weer de maand waarin de namen genoemd worden van hen die het afgelopen jaar zijn overleden. In de Rooms-katholieke traditie doet men dat rond 1 en 2 november. In de meeste kerken van de protestantse traditie is dat op de laatste zondag van het kerkelijk jaar. In onze Zeeuwse Doopsgezinde Gemeenten hebben we twee keer in de maand een kerkdienst, dan is het dit jaar op 17  november. En omdat we in onze gemeenten niet ontsnappen aan de vergrijzing, worden er ook elk jaar opnieuw weer namen genoemd.
Hoe gaan wij daar mee om?
In onze maatschappij is er weinig ruimte voor de dood. Ze wordt buitengehouden, gemedicaliseerd en ook een laatste afscheid moet het liefst maar niet te emotioneel zijn. Ook rouw mag liever maar niet te lang duren. We zoeken iemand in het begin nog wel op, maar daarna moet men het maar loslaten, aanvaarden en verwerken. Maar vaak gaat rouw nooit helemaal weg. En hoe kun je een groot verlies ooit aanvaarden? Als je een kind verliest blijf je altijd de ouder van dat kind. Je leert er wel mee leven, maar dat is iets anders dan verwerken of aanvaarden.
Het lijden van het leven kunnen we niet uit de weg gaan, het is onvermijdelijk deel van het leven. Maar juist het doorleven van verdriet kan heel verbindend zijn met mensen om je heen. Het is helpend wanneer we erover durven praten met elkaar, het niet uit de weg gaan. Mensen met verdriet hebben maar één behoefte: dat iemand naar ze luistert, luistert én luistert. Dat is niet gemakkelijk: echt luisteren is moeilijk, en vraagt dat je je eigen verhaal laat wachten. Ook is het zo dat het verdriet van de ander raakt aan je eigen angst voor verdriet. Laten we de moed hebben om elkaars verdriet in de ogen te kijken, het zal ons juist verrijken.
Het bijzondere van het samen gemeente-zijn is, dat we naast de gesprekken met elkaar, ook binnen de viering op zondagmorgen elkaar kunnen dragen. Door het zingen van een lied, een bijbelwoord, door een gebed, door stilte, door de zegen van de Eeuwige.
En op 17  november door het noemen van de namen en het aansteken van een kaars.
Wat mooi om bij een gemeente te horen, waar je naam niet vergeten wordt.


Ds. Leuny de Kam

========================

Meditatie

De laatste tijd heb ik de gewoonte om mijn dag te openen met een moment van stilte en meditatie. De ene dag ben ik helemaal stil van binnen en meen ik dat mijn meditatie succesvol is verlopen. De andere dag blijven er gedachten in mijn hoofd en lukt het niet goed om stil te worden. Maar van de benedictijner monnik Anselm Grűn heb ik begrepen dat dit normaal is en volledig bij het meditatieproces hoort. 
Aan het eind van het stilte moment lees ik steeds een stukje uit de bijbel en soms brengt dat verassende inzichten. Als ‘goede’ doper ben ik vorige week aan de brief van Jacobus begonnen. De brief van Jakobus is immers een brief die hoog opgeeft van het doen van goede werken. Maar tot mijn verassing kwam ik in deze brief, ook een iconische uitspraak tegen die men eerder in een gereformeerde context plaatst. Jakobus adviseert aan hen die te gemakkelijk reisplannen maken en zich bezighouden met grote plannen voor de toekomst, om hun woorden wat bescheidener te kiezen. ‘U zou moeten zeggen: ‘Als de Heer het wil, zijn we dan in leven en zullen we dit of dat doen’.  
‘Als de Heer het wil, zijn we dan in leven en zullen we dit of dat doen’ en dat in Jakobus. 
Dat is een uitspraak om bij stil te staan, ook in een op daden gerichte Doopsgezinde Gemeente. De afgelopen maand bleek het ziekteproces van een gemeentelid minder maakbaar dan gehoopt en hoorde ik van een leeftijdsgenoot waar longkanker bij is geconstateerd. Ja, ook dat is leven. En u zult hier uw eigen ervaringen kunnen invullen van het leven dat minder maakbaar bleek dan gehoopt en gedacht.
Het Doopsgezind jaarthema is: ‘Vanwaar komt  mijn Hulp?’. Tijdens de Zeeuwse startzondag kozen we voor een diaconale invulling, met aandacht voor de werken van barmhartigheid  en een diaconaal project. Wij als christelijke gemeente zijn immers geroepen om hulp te bieden. 
En tegelijkertijd is het goed om de oorspronkelijke context van deze Bijbelse vraag te lezen in psalm 121: “Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.” En de zinnen die dan volgen zijn bemoedigend. “Hij zal je voet niet laten wankelen, hij zal niet sluimeren je wachter. Nee, hij sluimert niet, hij slaapt niet, de wachter van Israël”. En lees de psalm  maar eens verder… 
Tot troost en bemoediging, in een wereld die soms ook minder maakbaar is dan we wensen.

Ds. Marijn Vermet

============================================

 

.

 

Meer informatie Facebook   ANBI-register Doopsgezinde Gemeente Aardenburg
contact maandblad privacy
routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
veelgestelde vragen inloggen colofon
2019 Doopsgezind.nl