> bezinning

Bezinning

 
 

OVERDENKING (april 2021)

In de roman ‘Het Hout’ van Jeroen Brouwers begon Elbert Haman gewoon als een leraar Duits op een jongensinternaat, geleid door kloosterlingen. Elke dag fietste hij van huis daarnaartoe om les te geven. Maar na enige tijd werd hem door de Abt gevraagd of hij niet in het klooster wilde komen wonen. Het lag voor de hand. Elbert had toch verder bijna niemand. Eerst verbleef hij in het gastenverblijf om wat te wennen, maar al snel werd hij ingelijfd in de orde. Hij leverde niet alleen zijn fiets, maar ook zijn naam in en ging verder als Bonaventura door het leven. Voortaan ging hij gekleed in een bruin habijt. Maar hoe langer hij daar zit, hoe benauwder het hem wordt. In dat klooster is van alles mis. Er zijn tal van spanningen tussen de broeders. Zijn enige uitlaatklep is collega Theo, die niet is ingelijfd in het klooster. Theo rijdt, net als Eldert vroeger, elke dag heen en weer op zijn fiets. Als hij met hem over zijn benauwdheid praat, wijst Theo hem de deur waardoor hij naar buiten kan gaan. Theo zegt: ‘Trek die flauwekul toch van je lijf en ga!’ Je kan zo de hoofdpoort door. Rechtsaf. Rechtdoor. Heel simpel: je loopt naar die deur en je gaat.’ Elbert weet het. Hij weet hoe simpel het kan zijn. Maar hij doet het niet. Hij gaat niet door die deur. Het duurt eindeloos, voordat hij zichzelf uit
die gevangenis van het klooster kan bevrijden. Hij is één stap verwijderd van zijn bevrijding, maar hij gaat niet.
Dat is nu precies waar Pasen over gaat. Dat je verder leert denken, dan de concrete context waarin je zit. Pasen is in die zin een verontrustend feest. Het spreekt daar waar het leven klem zit. Geen kant meer uit kan. Waar je geneigd bent om te berusten. We horen het door heel de Bijbel heen. Het verhaal van Esther, het verhaal van Job, het verhaal van Jona in de vis en Saulus in de gevangenis. Allemaal mensen die klem zitten. En ineens is daar die deur, die hen geopend wordt. En komen ze in beweging om wegen te gaan waar geen wegen zijn. De graankorrel moet eerst de aarde in, zegt Jezus ergens. Het is een oefening in geduld en een oefening in het overwinnen van de angst.
Niet voor niets duurt de Matthäuspassion ook zo lang. De vraag is: laat je je leiden door de angst of door het vertrouwen, dat er ondanks alles een weg is om te gaan? Dat die weg er is, daar mogen we zeker van zijn. Jezus ging hem voor ons, dwars door de dood heen. Daarom zeggen we tegen elkaar: Gezegend Paasfeest!
ds. Leuny de Kam

OVERDENKING 2 (april 2021)

In ‘quaranta giorini’ op weg naar Pasen …

40 jaar heeft het Joodse volk rondgezworven vooraleer het Beloofde land te bereiken. Jezus deed die tocht nog eens over in de 40 dagen voor zijn openbare optreden. In de veertiende eeuw waarin de pest volop heerste in Europa, moesten schepen die de haven binnenvoeren, 40 dagen wachten vooraleer de
opvarenden het vaste land mochten betreden. Die tijd van ‘quaranta giorni’ werd later een medische term voor gedwongen isolatie en afzondering en is vandaag weer heel actueel. Wereldwijd zijn we aan allerlei regels gebonden, we leven in een quarantaine. We hopen onszelf hiermee te verlossen van de ziekte covid-19, die ons nu al meer dan een jaar in de ban houdt.
Omdat we in onze directe leefomgeving geen woestijnen kennen, zijn we met het leven in de woestijn nauwelijks vertrouwd. We kennen de woestijn meestal enkel uit de verhalen en beelden die ons worden voorgespiegeld. Toch kan dat woord ‘woestijn’ plots een diepe betekenis krijgen voor mensen. Ik denk hierbij aan de bisschop Lode Van Hecke, die jarenlang monnik van de abdij van Orval was en nu bisschop van het bisdom Gent is. In enkele interviews vertelt hij, hoe hij enkele jaren na zijn intrede als monnik een boeiend en bevredigend leven leidde in een gemeenschap met veel tijd voor gebed, lezing en inspiratie. Op een dag verloor echter alles wat hij deed aan betekenis. Zoals op voorgaande dagen ging hij door met het vieren van de liturgie en het bidden van de psalmen, die hij inmiddels allemaal’ uit het hoofd kende. Maar toch bleef het voor hem persoonlijk allemaal en dat voor een heel lange tijd totaal zinloos. Elke dag opnieuw had hij de aandrang om weg te lopen uit de abdij. Hij nam zich elke morgen voor om toch ten minste tot de middag te blijven. Als het middag was verzamelde hij weer alle moed, die hij nog over had en beloofde zichzelf om toch minstens tot de avond te blijven. Niemand kon hem helpen, behalve één van zijn geestelijk begeleiders, die hem zei: “Je bent nu eenmaal bezig aan het rondstappen in je eigen woestijn” … Dat woord “woestijn” gaf houvast en betekenis aan de crisis die hij doormaakte en de kracht ook om het daarin vol te houden. Die crisis bleef nog wel een hele tijd duren, tot deze op een dag onverwacht voorbij was en alles weer ging stromen en vloeien…
In de huidige tijd zijn we door het beperkt aantal contactmogelijkheden sterk op onszelf aangewezen. Dat bezorgt ons wereldwijd veel ongemak. Voor sommige mensen gaat de tijd daarbij nog eens veel te snel. Ik denk hierbij aan mijn collega’s die in de zorg werken. Ze werken onder een zeer hoge tijds-druk en krijgen er allerlei extra werk bij, waar ze weinig ervaring mee hebben. Dat heeft een grote impact op hun welbevinden. Voor anderen gaat de tijd dan weer veel te traag. Ik denk aan ouderen, die weinig bezoek krijgen, die weinig bewegingsruimte hebben en niet veel activiteiten om handen hebben, die hen kunnen inspireren. Voor hen is er een te veel aan tijd. De tijd ver-veelt hen. Hun leven lijkt hierdoor voltooid. Er valt niets nieuws meer te ontdekken.
Misschien is de grootste uitdaging van dit tijdsbestek wel om het uit te houden met onszelf. Zou het niet zo kunnen zijn, dat we juist nu moeten leren te leven met onze eigen ‘woestijn’. Een strandwandeling is voor mij altijd een beetje ervaring van die woestijn. Ik geef toe, dat het wat geromantiseerd kan klinken. Het gaat niet om het harde leven van een echte woestijn met de verzengende hitte overdag en de ijzige koude van de nacht, maar wel om een mogelijkheid om wat tijd en ruimte aan mijn eigen ziel te geven. Ik laat mijn gedachten dan wat waaien over de golven, heb wat fysieke beweging, geniet van het uitzicht over het zand, de duinen en de weidse zee. Zonder veel woorden, voel ik een verbondenheid met mijn partner als deze met mij mee stapt. Ik voel me ook verbonden met de zon en de maan, het grootse universum. Er is daar een verkwikkende stilte hoorbaar in het regelmatige ritme van de golven. Ik hoef ook niet per se ergens naar toe. Voor mij is dat een vindplaats van de Eeuwige die groter is dan mezelf, die me bevrijdt van een teveel of een te weinig aan tijd en allerlei projecten, die geen uitstel dulden. Zonder dat ik daar zelf op kan aansturen, ontstaat er dan tijd en ruimte voor een wat weidser visioen, ik zie, voel en ervaar meer, dan dat ik in mijn beperkte dagdagelijkse leefomgeving kan bevroeden. Voor mij is dat een vorm van bidden, het bevrijdt het mij als wat men vroeger ‘vasten’ noemde van het te weinig en het teveel, dat mij tot slaaf maakt en het laat mij mogelijkheden zien om te delen van het beste wat ik met mij meedraag met anderen. Misschien is dat een kleine ervaring in het hier en nu van het Eeuwige Leven dat ons met Pasen wordt aangezegd.
Hendrik De Vriese.

 

 
Meer informatie Facebook   ANBI-register Doopsgezinde Gemeente Aardenburg
contact maandblad privacy
routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
veelgestelde vragen inloggen colofon
2021 Doopsgezind.nl